NISPA

Nijmegen Institute for Scientist-Practitioners in Addiction

Ziekte-inzicht bij patiënten met een afhankelijkheid van GHB

Vraag en doelstelling
Tijdens GHB monitor 1.0 zijn verpleegkundigen geïnterviewd met de vraag wat zij als belangrijkste oorzaak van de hoge terugval onder GHB verslaafden zien. Zij omschreven GHB-verslaafden als zeer kwetsbare patiënten met ‘weinig ziekte-besef en ziekte-inzicht’. Hiermee verwezen ze naar uitspraken van patiënten die, ondanks hun afhankelijkheid en de levensbedreigende crisissituaties, vooral de positieve kanten van GHB gebruik benoemden. Daarnaast dachten veel gebruikers ook dat ze controle hadden over hun gebruik, hoewel ze meermaals snel terugvielen na een korte periode van abstinentie. Daarbij leken patiënten zich hun vele psychische, somatische en psychosociale klachten niet of nauwelijks te koppelen aan hun GHB gebruik. Het middel werd beschouwd als een oplossing voor deze problemen. Hulpverleners zien dit als belangrijke oorzaak voor de hoge terugval in gebruik (Dijkstra e.a., 2013). Deze visie kwam ook in GHB monitor 2.0 weer naar voren (Beurmanjer e.a., 2016).
De studie had als doel: 1) inzicht verwerven in het beloop van GHB gebruik, 2) de ziekteperceptie van GHB pati毛nten en 3) de zorgbehoefte in te kaart brengen. De inzichten uit dit kwalitatieve onderzoek zullen leiden tot hypotheses voor aanbevelingen ter verbetering van de huidige behandeling. Deze aanbevelingen kunnen vervolgens getoetst worden in opvolgende studies. Met deze studie trachten wij de volgende vragen te beantwoorden:
1. Wat zien pati毛nten met GHB afhankelijkheid als hun belangrijkste problemen en hoe zijn deze ontstaan?
2. Hoe percipi毛ren GHB afhankelijke pati毛nten hun afhankelijkheid en de gevolgen hiervan?
3. Wat moeten volgens GHB afhankelijke pati毛nten de belangrijkste pijlers zijn van hun behandeling en wat hebben ze nodig om niet terug te vallen in gebruik?

Opzet
De studie werd uitgevoerd met (ex-)GHB afhankelijke gebruikers (N=20) die behandeling voor hun afhankelijkheid hebben gekregen bij een instelling voor verslavingszorg. Het design van deze studie is het best te typeren als een kwalitatieve, cross-sectionele studie onder (ex-)GHB afhankelijke gebruikers. Een kwalitatieve methodiek werd het best passend geacht voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Deze methodiek is bij uitstek geschikt om ervaringen in kaart te brengen en wordt vaak toegepast bij moeilijk toegankelijke onderzoeksgroepen (Wester, 1995). Daarnaast is een kwalitatieve verkenning nodig bij een doelgroep waar nog weinig over bekend is om deze goed te leren begrijpen (Weber, 1964). De keuze voor deze methodiek is tevens gemaakt omdat verwacht werd dat de (ex-)GHB-gebruikers terughoudend zouden zijn bij het geven van informatie, zodat zij een intensieve interactie met de onderzoeker nodig hebben om hun verhaal te vormen en te presenteren (Oliemeulen & Thung, 2007).

Conclusies en aanbevelingen
De resultaten van deze kwalitatieve studie laten zien dat patiënten vooral problemen ervaren op het moment dat ze stoppen met gebruik. Opnieuw GHB gebruiken wordt dan ook gezien als de oplossing voor hun problemen. Er lijkt sprake van een  vicieuze cirkel waarbij psychische klachten, GHB gebruik, lichamelijke afhankelijkheid, detoxificatie, rebound van psychische klachten en terugval elkaar in stand houden. Aanvullend hierop kan gesteld worden dan GHB in de perceptie van de patiënt enkel sterk belonende effecten lijkt te hebben voor de gebruiker en dat er niets is dat dit effect op korte termijn kan vervangen. Dit maakt stoppen met GHB extra lastig en vraagt veel van patiënten. Dit beeld sluit aan bij de perceptie van hulpverleners zoals gerapporteerd in de GHB monitors 1.0 en 2.0.
Het is daarom ook niet vreemd dat de hulpvraag van deze groep patiënten zich vooral richt op psychische klachten, slaapproblemen, psychosociale problemen, huisvesting en dagbesteding, en minder op het middel GHB zelf. De diversiteit aan problemen, de hoge crisisgevoeligheid en het acute begin van behandeling biedt hierin voor hulpverleners een grote uitdaging. Hoewel het zeker van belang is dat hulpverleners zich naast verslaving ook richten op bovengenoemde lange termijn thema’s, wordt het lastig om hier serieus werk van te maken wanneer patiënten snel uit behandeling vertrekken. Het opbouwen van een therapeutische relatie, het ondersteunen van de patiënt en het behouden/vergroten van motivatie zullen daarom in het begin van de behandeling vooral belangrijke thema’s zijn.

Looptijd
2015-2016

Opdrachtgever
Ministerie van VWS

In samenwerking met
Novadic-Kentron en Jellinek

Onderzoeksteam NISPA
Harmen Beurmanjer MSc. (Novadic-Kentron)
Eva Asperslag MSc. (Jellinek)
Cor Verbrugge (Novadic-Kentron)
Dr. Arnt Schellekens (Radoud UMC, NISPA)
Dr. Lisette Oliemeulen (NISPA)
Prof. Dr. Cor de Jong (, NISPA)
Dr. Boukje Dijkstra (Novadic-Kentron, NISPA)

Rapport