NISPA

Nijmegen Institute for Scientist-Practitioners in Addiction

Wetenschappelijke evaluatie van programma voor verslaafde artsen

Achtergrond
Gebaseerd op Amerikaanse cijfers lijkt verslaving even vaak of net iets vaker voor te komen bij artsen (levensloopprevalentie 15.4%) dan bij de algemene populatie (levensloopprevalentie 12.6%). Echter, prevalentiecijfers van verslaving bij Nederlandse artsen zijn (nog) niet beschikbaar. We weten wel dat artsen in vergelijking met de algemene bevolking vaker middelen gebruiken die ze zichzelf kunnen voorschrijven. Na alcohol zijn benzodiazepinen en opioïden de meest misbruikte middelen onder artsen.

Middelengebruik bij artsen wordt toegeschreven aan een stressvolle werkomgeving en hoge werkdruk, een verstoorde leefstijl door wisselende diensten en de bevoegdheid tot het voorschrijven van geneesmiddelen. Problemen met middelengebruik uiten zich bij artsen ook in het werk, in de vorm van beoordelingsfouten en een verminderd functioneren van de arts. Dit beïnvloedt niet alleen de artsen zelf, maar ook hun families, collega’s en de patiëntveiligheid.     

In 2011 heeft de KNMG het steunpunt ABS-artsen opgericht voor verslaafde artsen in Nederland. Artsen met verslavingsproblemen, hun collega’s, familie en vrienden kunnen contact opnemen met dit steunpunt voor advies. Doel van het steunpunt is om verslaafde artsen toe te leiden naar en te motiveren voor behandeling. Sinds kort biedt ABS-artsen ook een monitoringsprogramma (terugvalpreventie) voor artsen die na een succesvolle behandeling abstinent zijn. Deelname aan dit monitoringsprogramma bestaat uit drie aspecten: 1) monitoring op middelengebruik en mentale gezondheid door middel van biologische testen en interviews, 2) support en monitoring op de werkvloer door een bedrijfsarts en collega’s (buddies) en 3) deelname in zelfhulpgroepen.

Vraag en doelstelling
Het onderzoek Monitoring and Evaluation in Dealing with Addiction Issues in Doctors (MEDAID) heeft twee hoofd doelstellingen: 1) hoe verhoudt verslavingsproblematiek onder Nederlandse artsen zich tot verslavingsproblematiek in de algemene bevolking? en 2) hoe effectief is het steunpunt ABS artsen voor de mensen die er contact mee opnemen?

Opzet
Het MEDAID project is in 2017 opgestart. Dit project bestaat uit twee deelstudies:

  1. Vergelijkende studie
    De artsenpopulatie (artsen bekend bij ABS-artsen) wordt hiertoe vergeleken met de algemene verslavingspopulatie (patiënten van Tactus Verslavingszorg en Novadic-Kentron). Onderzocht wordt of er in deze populaties verschillen zijn in psychopathologie (verslavingspatronen en co-morbiditeit), behandelintensiteit en behandeleffectiviteit.
  1. Evaluatie
    Binnen de artsenpopulatie (artsen bekend bij ABS-artsen) wordt er gekeken naar artsen die het contact met het steunpunt van ABS-artsen verbreken. Verschillende deze artsen van de artsen die in zorg komen op het gebied van psychopathologie (verslavingspatronen en co-morbiditeit), hulpzoekgedrag en kwaliteit van leven? Daarnaast zal de effectiviteit van het monitoringsprogramma exploratief geëvalueerd worden; wat zijn de resultaten na een jaar deelname aan het monitoringsprogramma en kunnen we terugval/abstinentie in het monitoringsprogramma voorspellen?

Looptijd
2017-2020

Opdrachtgever
ABS-artsen (KNMG)

In samenwerking met
ABS-artsen (KNMG)
Radboudumc
Tactus Verslavingszorg
Novadic-Kentron

Onderzoeksteam NISPA
Pauline Geuijen
Arnt Schellekens
Cor de Jong
Hein de Haan