NISPA

Nijmegen Institute for Scientist-Practitioners in Addiction

Epidemiologie van LVB en verslaving

Vraag en doelstelling
Hoewel ook mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) psychoactieve stoffen gebruiken, is er weinig bekend over (problematisch) middelengebruik in deze doelgroep.
De epidemiologie studie binnen het project Substance use and misuse in Intellectual Disability (SumID) bracht de prevalentie en risicofactoren van (problematisch) middelengebruik onder LVB, alsmede de daarvoor geschikte meetmethoden in kaart.

Opzet
In SumID-epidemiology werd gebruik onder cliënten van LVB-instellingen op verschillende manieren bestudeerd. We deden een literatuurstudie naar de comorbiditeit van LVB en verslaving en hoe deze gemeten kan worden, hielden een enquête onder medewerkers van LVB-instellingen, vergeleken databases van patiënten uit verslavings- en LVB zorg, en voerden een grootschalig onderzoek uit onder cliënten van LVB-instellingen in Nederland. Hiertoe werd een nieuwe vragenlijst (de SumID-Q) ontwikkeld. Met deze lijst wordt eerst onderzocht welke middelen de cliënt kent, waarna op de voor de cliënt bekende middelen wordt doorgevraagd met kennis- en attitude vragen, vragen naar gebruik in de omgeving van de cliënt en pas dan het gebruik van de cliënt zelf. Met deze geleidelijke opbouw van het gesprek van neutrale vragen naar meer beladen vragen en het ondersteunend gebruik van plaatjes van middelen en symbolen wordt het praten over gebruik makkelijker gemaakt.

Conclusies en aanbevelingen
De SumID-Q blijkt goed bruikbaar om het gebruik van cliënten met LVB in kaart te brengen.  De deelnemers aan het onderzoek blijken zowel legale als illegale middelen te gebruiken. Gebruik komt conform het beeld in de algemene populatie voor onder zowel mannen als (zij het in mindere mate) vrouwen en is te vinden bij cliënten van alle soorten woonvoorzieningen. Het percentage gebruikers van alcohol is onder deelnemers aan het onderzoek wat lager dan in gemiddeld onder Nederlandse volwassenen, maar het tabak en cannabisgebruik komt in die vergelijking juist vaker voor bij mensen met een LVB. Ook is er een groep cliënten met een LVB die middelen als cocaïne, XTC, speed, GHB en heroïne gebruikt. Bij ruim 20% van de onderzochte cliënten zijn er duidelijke aanwijzingen voor problematisch alcohol- en/of druggebruik. Aan de andere kant zijn er onder de populatie cliënten met een LVB ook veel geheelonthouders.
In dit onderzoek werd bevestigd dat – in tegenstelling tot wat velen nog steeds geloven – mensen met een LVB allerhande middelen gebruiken. Met de SumID-Q is er een bruikbaar instrument voor LVB instellingen om cliënten te screenen op gebruik. Dit zou – om tijdige hulpverlening mogelijk te maken – het best systematisch kunnen gebeuren.

De bevindingen van het SumID epidemiologie onderzoek zijn gebundeld in het proefschrift van Joanneke van der Nagel Is it just the tip of the iceberg? Substance use and misuse in Intellectual Disability

Financiering
Het SumID onderzoeksvoorstel naar epidemiologie van LVB en verslaving werd begin 2009 gehonoreerd met een onderzoekssubsidie van ZonMW, en met een vervolgstudie werd een gebruikersvariant van de SumID-Q ontwikkeld (dossiernummers 31160202 en 31160306).

Looptijd
2008 – 2016

Opdrachtgever
Tactus Verslavingszorg in samenwerking met Aveleijn gehandicaptenzorg, NISPA, en tientallen LVB ketenpartners

Onderzoeksteam 
Joanneke van der Nagel (hoofdonderzoeker)
Marion Kiewik (mede onderzoeker)
Marike van Dijk (onderzoekscoördinator)
Robert Didden (promotor)
Jan Buitelaar (promotor)
Cor de Jong (promotor)