NISPA

Nijmegen Institute for Scientist-Practitioners in Addiction

Missie en visie

Visie
Verslaving wordt vaak omschreven als een tot chroniciteit neigende aandoening, waarbij middelengebruik en verslavingsgedragingen veelal gepaard gaan met een destructieve leefstijl en belangrijke negatieve gevolgen op het gebied van zowel lichamelijke als geestelijke gezondheid en heeft negatieve consequenties voor het sociaal maatschappelijk functioneren. Net zoals bij andere psychiatrische aandoening spelen ook bij verslavingsstoornissen uiteenlopende etiologische factoren een rol. Een combinatie van zowel biologische (aanleg)factoren als psychosociale factoren draagt doorgaans bij aan het ontstaan en in stand houden van verslaving. Hierbij valt te denken aan genetische risicofactoren, vroegkinderlijke traumatisering, temperament en persoonlijkheidskenmerken, socio-economische omstandigheden, de beschikbaarheid van middelen in de omgeving en de effecten van middelengebruik op de hersenen. De visie van NISPA op verslaving en verslavingszorg berust op dit biopsychosociale model.

Missie
NISPA heeft als doel het academiseren van de verslavingszorg en vermaatschappelijking van de wetenschap op het terrein an verslaving. Het scientist-practitioner model is daarbij voor NISPA steeds het uitgangspunt, waarbij de focus ligt op zowel onderzoek, onderwijs als zorgontwikkeling (valorisatie). NISPA en de NISPA instellingen bieden daarvoor een structuur waarbinnen:

  1. clinici uit de dagelijkse praktijk van de instellingen zich kunnen ontwikkelen, professionaliseren en academiseren;
  2. vragen en dilemma’s uit de dagelijkse praktijk worden vertaald naar concrete onderzoeksvragen en onderzoeksprojecten;
  3. patiëntgeboden onderzoek plaatsvindt;
  4. wetenschappelijke ontwikkelingen hun weg vinden naar de dagelijkse praktijk van de verslavingszorg (bv interventies, richtlijnen en zorgstandaarden);
  5. studenten gefaciliteerd worden die zich willen ontwikkelen op het gebied van de verslavingszorg (bv afstudeeronderzoeken en praktijkstages);
  6. wetenschappelijk onderwijs bevorderd wordt in relevante universitaire en (pre)klinische opleidingen en bij- en nascholing in verslavingszorginstellingen;
  7. middelen verworven worden die bij kunnen dragen aan het bereiken van de doelstelling van deze missie.